Uitleg Butlertelling door Ep Mul

 

Viertallen en Butlertelling

 

Op de laatste jaarvergadering van de Tjongerbridgers kwamen er vragen naar voren over het idee achter de butlertelling zoals  die in het in dec gespeelde toernooi wordt gehanteerd. Ik heb toen beloofd om in een artikel de grondslagen van de viertallen- en butlertelling ( nog ) eens te behandelen.

 

Zoals ik toen ook al heb aangegeven worden eigenlijk alle grote nationale en internationale titel- en andere grote toernooien gespeeld met deze telling. Er zijn ook titeltoernooien met parentelling maar de viertallentelling staat in veel hoger aanzien. Op districtsnivo worden zowel paren- als viertallenwedstrijden georganiseerd. Op clubniveau speelt men voornamelijk met de parentelling, hoewel bij de sterkere clubs dit ook wel afgewisseld wordt met de butlertelling.

 

Eerst even de contouren van de parenwedstrijd en -telling, zoals die op de meeste clubavonden en kroegendrives gespeeld wordt. Er wordt gespeeld met een bepaald aantal paren waarvan je er in de wedstrijd net zoveel als tegenstander treft als dat er rondes gespeeld worden. Elk spel wordt door alle deelnemers gespeeld en de behaalde resultaten worden op volgorde van grootte gerangschikt waarna er scores worden toegekend van top tot nul. De scores van een paar worden voor alle gespeelde spellen bij elkaar opgeteld tot een totaalscore en die wordt dan weer uitgedrukt in een % t.o.v. de maximaal haalbare score.

 

Een wedstrijd met parentelling heeft enigszins het karakter van een loterij. Zaken waar je zelf geen invloed op hebt, zoals tegen wie je wel of niet speelt, ongelijke speelkracht van de paren binnen je lijn, uitglijders aan andere tafels etc zorgen vaak voor onverwachte scores. Iedereen kent het gevoel wat je bekruipt : je hebt een goed contract geboden en precies gehaald, en toch krijg je een slechte score omdat er op andere tafels rare dingen zijn gebeurd; dat voelt aan als oneerlijk !

 

Bij een onvolledig schema speel je niet tegen alle andere deelnemers. Bij een kroegendrive met 120 deelnemende paren speel je slechts tegen 7 of 8 van hen ! Als de toernooi-indeling klopt dan speelt iedereen wel tegen een doorsnee ( qua gem. rating ) van de deelnemers maar het gevaar van onvoorspelbare dingen blijft heel groot.

 

Vroeger werd op clubavonden met volledige schema’s gespeeld. Een Howell-10 bv bestond uit 10 paren en er werden 9 rondes van 3 spellen gespeeld waardoor iedereen een keer tegen iedereen speelde. Na de introductie van computerschema’s wordt er met onvolledige schema’s gespeeld, wij spelen nu vaak bv met 12 paren in 6 rondes van 4 spellen, je hebt dan dus maar tegen 6 van de 11 mogelijke tegenstanders gespeeld, en dat waren natuurlijk steeds de sterkste 6 ! 

De invloed van toevalligheden is hier heel groot. En dat is precies de reden dat de parentelling aan kritiek bloot staat.

 

Enkele voorbeelden :

 

Op een bepaald spel kun je allen Kw met   als troef in NZ 10 slagen maken. Op 5 van de 6 tafels wordt er inderdaad 4 C gemaakt, maar op een tafel wordt er een slag cadeau gedaan en wordt er +1 gemaakt. Het gevolg is dat de NZ-paren die hun contract gemaakt hebben ( +620 ) 40% krijgen en de OW-paren op die tafels 60%. Terwijl er op die tafels een volstrekt normaal resultaat behaald is en dus iedereen 50% zou toekomen! Op die ene tafel krijgt NZ ( +650 ) met 100% veel te veel, OW krijgen wel de nul die hen toekomt ! De telling is onrechtvaardig.

 

Op een ander spel wordt er in OW ♣ of SA gespeeld, 2 paren halen 2♣ C, 2 maken 1SA C, 1 maakt 2♣ +1 en op de laatste tafel bieden NZ 2  wat Kw 1 down gaat. De OW-scores zijn resp. +90, +90, +90, +90, +110 en +100.  Verwaarloosbare verschillen, maar in de uitslagverwerking levert dit  resp 4 keer 30, 1 keer 80 en 1 keer 100% op !

 

Hier komt het begrip “toppenjagers” vandaan, dat zijn spelers die zich niet zozeer bekommeren om het juiste contract maar gespitst zijn op het meest lucratieve contract !

 

In het 3e voorbeeld is voor NZ Kw 6 een kansrijk contract; 2 paren bieden en maken dat ( +1370 ), 3 paren maken 3SA+2 ( + 660 ), 1 paar gaat in 6 1 down ( -100 ) Enorme verschillen in score wat in de uitslag resp 90%, 40% en 0% oplevert. Maar ach, deze nul is niet kleiner dan die in de andere voorbeelden !

 

Nu de viertallentelling 

 

In een viertallenwedstrijd spelen 2 paren ( viertal A ) tegen 2 andere paren ( viertal B ) Op de ene tafel zit het paar van team A NZ, op de andere tafel het paar van team B. Elk spel levert aldus 2 scores op, en die worden met elkaar vergeleken. Als de score op beide tafels gelijk is, dan zeggen we dat het spel “uitslaat”. Als er wel verschil is dan wordt dat verschil omgerekend in zgn IMP’s ( international match points, een internationaal gehanteerde scoreberekening ). De gescoorde IMP’s van elk spel worden bij elkaar opgeteld en daarmee wordt weer de uitslag van de wedstrijd bepaald, die ligt tussen 20-0 en 0-20. Bij een gelijk aantal gescoorde IMP’s per team is de uitslag van de wedstrijd dus 10-10. Deze wedstrijdvorm geeft veel eerlijker weer wat de speelsterkte van de deelnemers is. Een overslagje levert hooguit 1IMPje op, maar het bieden van het juiste contract legt veel meer gewicht in de schaal. Een geboden en gemaakte manche of slem wat aan de andere tafel niet geboden is levert een groot aantal IMP’s op. Een manche die gemaakt is en aan de andere tafel door minder goed afspel niet, levert ook veel IMP’s op. Het is in dit systeem dus ook heel belangrijk om op safe te spelen, je gaat niet op een overlag spelen als dat het risico inhoudt dat je down kunt gaan, je contract maken gaat voor ! Dat toppenjagen zie je hier dus niet.

 

Als er nu meerdere viertallenwedstrijden tegelijk worden gespeeld, zoals bv in de 2eDiv in Groningen of op het districtenviertallentoernooi in Ureterp, dan kun je in alle wedstrijden dezelfde spellen laten spelen, net zoals bij parentoernooien. Iedere 4tallen-wedstrijd behoudt zijn eigen uitslag, maar je kunt dan daarnaast alle paren met elkaar vergelijken die hetzelfde spel gespeeld hebben. Er ontstaat dan een soort parenuitslag met viertallentelling en dat noemen we Butler.

 

Butler werkt als volgt : stel een spel is 14 keer gespeeld in 7 viertallenwedstrijden ; de hoogste en de laagste behaalde score wordt weggestreept, van de overige 12 scores wordt het afgerond gemiddelde bepaald, dat noemen we de “datumscore”. Alle behaalde scores worden vergeleken met deze datumscore en vervolgens omgerekend in IMP’s. Zo kun je dus bij een viertallen toernooi een Butler-uitslag per paar geven. Dit geeft een indicatie van de prestaties van elk paar in de viertallen.

 

Het zal nu duidelijk zijn dat je een Butler-uitslag ook kunt produceren als er niet 4tallen gespeeld wordt. In elke parenwedstrijd met voldoende deelnemers kun je de uitslag volgens de Butler vaststellen; op elk spel wordt de datumscore berekend en de scores per paar worden omgerekend in IMP’s en niet in een parenscore. Dit levert een uitslag op die in de meeste gevallen veel eerlijker is dan in de parentelling en ook veel beter de speelkwaliteiten van de deelnemers weergeeft, omdat het toppenjagen niet aan de orde is !

 

Voorbeelden :

 

Kijken we weer naar voorbeeld 1 hierboven. Na wegstrepen van de hoogste en laagste score blijft als datumscore +620 staan; alle paren die die score hebben, zowel in NZ als OW, krijgen 0 IMP’s, het paar met de overslag krijgt 1 IMP en hun tegenstanders -1 IMP. Je ziet dat een overslag, en ook het weggeven daarvan, weinig effect heeft op de uitslag. En de NZ- en OW-paren die de normale score hadden krijgen hier ook een gelijke waardering.

 

In het tweede voorbeeld hierboven is de datumscore +90 ; alle paren die 90 of 100 gescoord hebben krijgen 0 IMP’s, alleen het paar met de overslag verdient een impje en haar tegenstander verliest er 1. Peanuts dus, in de parentelling waren de verschillen veel groter.

 

In voorbeeld 3 is de datumscore +840 ( 1370 + 3 maal 660 : 4 ) De paren die het slem boden en maakten verdienen hier 11 IMP’s, de 3SA-bieders verliezen elk 5 IMP’s en het paar dat down ging verliest hier maar liefst 14 IMP’s. Kijk, dat zet zoden aan de dijk !

 

Aan het slot van dit verhaal wil ik een warm pleidooi opnemen voor de Butlertelling ! Jullie hadden inmiddels al wel begrepen dat ik een fan ben van 4-tallen bridge.

 

Ik kan jullie aanbevelen om eens mee te gaan doen aan de 4-tallenwedstrijden die door het district worden georganiseerd of gewoon eens aan een 4tallen of Butlertoernooi mee te doen.

 

En laten we ook op de club eens een competitieronde uitproberen met een parenschema met Butlertelling. Het zal de zuiverheid in je spel ten goede komen en het is weer eens wat anders, we zijn per slot nooit te oud om te leren !

 

Met vriendelijke groet,  Ep

Link1 | Link2 | Link3

Copyright © 2019. Johan Houkema All Rights Reserved.